METEO HAVELTE
Welkom op de site van Meteo Havelte met het actuele weer door Arend Zanting
![]() ![]() Veelgebruikte weerbegrippen.
De luchtdruk wordt gemeten met een barometer. In de meeste barometers zit een luchtledig doosje dat afhankelijk van de drukverandering meer of minder ingedrukt wordt. Die beweging wordt overgebracht op een wijzerplaat, waarop de luchtdruk kan worden afgelezen. De luchtdruk is de kracht die het gewicht van de lucht in de atmosfeer op een oppervlak uitoefent. In de weerberichten wordt de luchtdruk opgegeven in hectopascal (hPa). Snelle veranderingen van druk gaan meestal vergezeld van veel wind of zijn voorbode van storm. Als de stand van de barometer snel oploopt of daalt betekent dat vaak dat het weer gaat veranderen. Uit onderzoek naar het verband tussen de barometerstand en het weer blijkt dat in 80% van de gevallen een stijgende luchtdruk tot een weersverbetering leidt en een dalende luchtdruk tot slechter weer. De Ier Sir Francis Beaufort (1774-1857) is bekend om zijn windschaal, bedacht in 1838 op basis de hoeveelheid zeil die een groot schip kon voeren bij een zwakke bries, storm of orkaan. Uitgangspunt voor de schaal is de druk die de wind uitoefent op de zeilen. Pas in 1873 werd de Beaufortschaal internationaal aanvaard en vandaag de dag is de schaal van Beaufort een uitgebreide dertiendelige schaal met de gevolgen van wind op zee en boven land. Vrijwel alle wind- en stormwaarschuwingen worden uitgedrukt in Beaufort. Ontlading tussen elektrisch geladen wolk en aarde, tussen twee of meer wolken met tegengestelde lading onderling, of binnen één wolk. De temperatuur in een ontlading loopt op tot ongeveer 30.000 graden Celsius, de gemiddelde stroomsterkte is zo'n 60 kA en de spanning loopt in de miljoenen volts. Een bliksemschicht is gemiddeld 5 tot 6,5 kilometer lang en 2,5 cm in doorsnede, maar reikt soms over afstanden van meer dan 100 kilometer. In Nederland slaat de bliksem ongeveer 100.000 keer per jaar in. Het dauwpunt is de temperatuur waarbij waterdamp begint te condenseren door afkoeling van de lucht zonder dat vocht wordt toegevoerd of afgevoerd. Zodra de dauwpuntstemperatuur wordt bereikt is de lucht verzadigd met waterdamp en bedraagt de relatieve vochtigheid 100%. Denk maar aan de bril die beslaat zodra je in een warmere vochtige omgeving komt. Eerst is de temperatuur van de bril nog lager dan het dauwpunt van de lucht rond de bril, waardoor het vocht op de brillenglazen condenseert en de bril tijdelijk beslaat. Weerkunde, Meterologie voor iedereen (tip) KNMI dossier; met weerbenamingen/omschrijvingen op alfabet gerangschikt. Links naar meer wetenswaardigheden... Het klinkt misschien gek, maar lucht heeft gewicht. Het is niet veel want 1 liter lucht weegt 1,3 gram. Maar het wordt toch aardig wat als je de hele dikte van de dampkring meetelt. Een luchtkolom in de atmosfeer vertegenwoordigt een bepaald gewicht en veroorzaakt daardoor een druk op het aardoppervlak. Dit is voor het eerst gemeten met kwik. Een kolom kwik van 76 cm hoog en een oppervlak van 1 vierkante cm weegt precies 1 kg. Tegenwoordig spreken we over millibar of hectoPascal (hPa), waarbij 75 cm kwik voor 1000 hPa staat. De luchtdruk varieert van plaats tot plaats en ligt aan het aardoppervlak meestal tussen 940 tot 1060 hPa. In de kern van tropische stormenm, zoals hurricanes kan de luchtdruk dalen tot onder 900 hPa. Verschil in luchtdruk ontstaat door verschil in verwarming. Hoe warmer de lucht, hoe lichter het gewicht, dus hoe lager de druk. Lucht kan dus slechts een beperkte hoeveelheid vocht bevatten en die hoeveelheid hangt af van de temperatuur. De relatieve vochtigheid geeft aan hoeveel waterdamp de lucht bij de heersende temperatuur bevat, dus hoe vochtig het is. Een waarde van 100% wijst op een maximale hoeveelheid waterdamp: de lucht is dan verzadigd. Bij een relatieve vochtigheid van 50% bevat de lucht bij de heersende temperatuur de helft van de maximaal mogelijke hoeveelheid waterdamp. De weergegevens worden wereldwijd om 18.00 uur UMT (bij ons tijdens wintertijd om 19.00 uur) opgenomen en geregistreerd. Alle daggegevens zijn dus van 19.00 tot 19.00 uur. De Ierse Sir Francis Beaufort (1774-1857) introduceerde in 1838 een schaal om de windkracht te kunnen bepalen en benoemen. Hij baseerde zijn indeling op de zeilvoering van een groot schip onder de winddruk van een zwakke bries, storm of orkaan. Pas in 1873 werd de schaal van Beaufort internationaal aanvaard en daarna verder uitgebreid. Tegenwoordig is de schaal van Beaufort een uitgebreide dertiendelige schaal voor de windkracht gemiddeld over tien minuten met omschrijvingen van de gevolgen van wind op zee en boven land. Op 9 à 10 kilometer hoogte waait in de regel een zeer sterke wind, die de straalstroom wordt genoemd. Weerkundigen spreken van een straalstroom als de wind op die hoogte een gemiddelde snelheid heeft van meer dan 100 kilometer per uur (windkracht 11 of meer). Regelmatig worden echter hogere windsnelheden bereikt van soms zelfs meer dan 350 kilometer per uur. De straalstroom is gemiddeld enkele duizenden kilometers lang, enkele honderden kilometers breed en slechts een paar kilometer hoog. Het is dus een zeer langgerekte maar smalle band met hoge windsnelheden, die door de atmosfeer kronkelt als een rivier in het landschap. Meestal is de stroming van west naar oost gericht, maar door de vele kronkels kan de luchtstroming op bepaalde plaatsen ook naar zuid of noord gericht zijn. Beweging van lucht voornamelijk door verschillen in luchtdruk, de draaiing van de aarde en eventueel de wrijving met het aardoppervlak. Hoe groter het verschil in luchtdruk tussen twee plaatsen, hoe harder het waait, dus hoe groter de winsnelheid. Meestal gaat het om een horizontale stroming van lucht. De wind kent een dagelijkse en jaarlijkse gang. In de loop van de dag neemt de onstabiliteit bij het aardoppervlak toe en daarmee ook de windsnelheid. In de wind kan het een stuk kouder aanvoelen dan uit de wind. Dit verschijnsel staat bekend als windchill. Van belang is het verlies aan warmte (in watts per vierkante meter) door de wind en het bevriezingsrisco. Om het voor het publiek tastbaar te maken, wordt de windchill uitgedrukt in een getal dat vergelijkbaar is met de temperatuur, de windchill equivalente temperatuur, in ons land gevoelstemperatuur genoemd. Er bestaan verschillende berekeningsmethoden, maar in de meeste landen, waaronder Nederland, wordt gebruik gemaakt van de formule van de Amerikaan Robert Steadman. Zijn berekening is gebaseerd op het evenwicht tussen warmteverlies en warmteproduktie van een gezond persoon. Hij gaat ervan uit dat de kleding is aangepast aan de weersomstandigheden en dat de persoon in de buitenlucht wandelt met een snelheid van bijna vijf kilometer per uur. Bovendien betrekt Steadman in zijn berekening gegevens van de windsnelheid, luchtvochtigheid en zonnestraling. Windchill / gevoelstemperatuur
|
||||||||||||||